Märklin 39772 - Elektrische locomotief EG 524 DRB
Elektrische locomotief EG 524 Halle (later klasse E 71.1) van de Deutsche Reichsbahn (DRB). Bruingroene kleurstelling. Locomotiefnummer EG 524. Uitvoering zoals in dienst in 1921.Het model is voorzien van een digitale mfx+ decoder en uitgebreide geluidsfuncties. Centraal ingebouwde geregelde hogevermogens-aandrijving met vliegwiel. In beide draaistellen worden beide assen via cardanassen aangedreven. Voorzien van antislipbanden. Drievoudig frontsein en twee rode sluitlichten wisselen met de rijrichting, functioneren analoog en zijn digitaal schakelbaar. De frontseinen aan front 1 en 2 kunnen digitaal apart worden bediend. Het derde frontsein (als trein-ontmoetingslicht) en de cabineverlichting zijn digitaal apart schakelbaar. Verlichting met onderhoudsvrije, warmwitte en rode LED's. Met buffercondensator voor het overbruggen van korte spanningsloze railstukken.Veel modelaanpassingen voor een correcte weergave van de Tijdperk I-uitvoering. Volledig nieuw ontworpen stroomafnemer. Zeer fijn gevormd metalen model met veel los gemonteerde detailonderdelen, zoals handgrepen en remslangen. Beide aandrijfstellen zijn via koppelstangen onderling verbonden. Bufferhoogte conform NEM-norm. Inclusief boekje over de geschiedenis van de locomotief.Lengte over de buffers: 13,3 cm. Locomotief 1 van 6 uit de MHI-verzamelserie 'Geschiedenis van de elektrische locomotieven van Tijdperk I tot IV'.Al in 1906 besloten de Pruisische Staatsspoorwegen de langeafstandsverbinding Magdeburg - Dessau - Leipzig - Halle te elektrificeren. In 1911 volgde hetzelfde besluit voor de Silezische bergbaan tussen Gorlitz en het kolengebied rondom Waldenburg. De spoorwegdirectie Halle bestelde voor deze diensten grotere aantallen nieuwe elektrische locomotieven. Hierbij hoorden voor het goederenverkeer 18 B'B'-gekoppelde locomotieven EG 511-528, het latere type E 71. Slechts een jaar later volgde een vervolgbestelling van negen extra locomotieven (EG 529-537). De EG 511 en 512 konden in het voorjaar van 1914 in dienst worden genomen, de EG 513 volgde pas in de zomer van 1915. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertraagde de verdere bouw van de bestelde machines. Pas tussen 1920 en 1921 leverde AEG de resterende EG 514-537.De DRG hernummerde in de herfst van 1926 alleen de EG 511 en 517-537 tot E 71 11 en 13-37, omdat de EG 512 in hetzelfde jaar na een zwaar ongeval buiten dienst moest worden gesteld. Voor de toenmalige tijd waren de E 71 modern ontworpen machines, aangedreven door twee motoren die elk halfhoog boven een aandrijfstel geplaatst waren en hun kracht via een overbrenging en schuifkoppelstangen naar de aandrijfwielen overbrachten. Boven de beide kort-gekoppelde drijfstellen bevond zich een op draaitappen bewegende opbouw met twee cabines en aan elk front een afgeronde neus. De spanning voor de motoren werd met elektro-pneumatische schuiven met elf tussenstappen geregeld.De sinds 1923 bij de RBD Halle ingedeelde machines voldeden al snel niet meer aan de eisen omdat de treinen steeds zwaarder werden. Toen vanaf 1931 de nieuwe E 75 in dienst kwam, kon men gaandeweg een aantal exemplaren missen. Tot 1932 vonden meerdere machines een nieuw tehuis bij het BW Basel (E 71 11, 13, 14, 17, 22, 23, 25, 26, 29, 31, 32, 33 en 35). Hier losten zij op de Wiesen- en Wehratalbahn de elektrische locomotieven uit Baden af en kregen door hun uiterlijk al snel de bijnaam 'Strijkijzer'. Om ook de inzet met een verhoogde maximumsnelheid van 65 km/u in de personendienst mogelijk te maken, kregen de locs een verbeterde luchtkoeling bij de motoren, een elektrische treinverwarming en een BBC veiligheids-rijschakeling.Tussen 1930 en 1946 vielen de E 71 11, 15-17, 20, 21, 23-25, 27 en 33-37 ten prooi aan de sloper. Na de oprichting van de DB deden nog slechts negen machines dienst in Basel (E 71 13, 14, 18, 19, 22, 26, 28, 29 en 32). Omdat het steeds moeilijker werd om reserveonderdelen te verkrijgen, werden de bejaarde machines in 1957 vervangen door het type E 32. Op 2 juni 1957 werden de E 71 14, 18, 19, 22 en 26 buiten dienst gesteld. De laatste vier machines werden tussen november 1957 en december 1958 afgevoerd. De E 71 19 (DB Museum Koblenz), de E 71 28 (Deutsches Technikmuseum Berlin) en de E 71 30 (Verkehrsmuseum Dresden) bleven bewaard.Eenmalige productie.De gelijkstroomuitvoering van dit model is verkrijgbaar in het Trix H0-assortiment onder artikelnummer 25772.
Beste prijs uit voorraad: €499.00
Beste prijs zonder voorraad: €424.20