Voorbeeld: Serie 42.90 'Franco-Crosti' met bedrijfsnummer 42 9001 van de Deutsche Bundesbahn. Locomotief met Franco-Crosti-ketel, kuiptender en Wagner-windleiplaten, type 1'E h2, bouwjaar 1950. Inzet: goederentreinen.
Model: Loc en tender van metaalspuitgietwerk, motor en aandrijving in de ketel, 5 assen aangedreven, antislipbanden, 14-polige stekkerverbinding voor digitale decoder, kortkoppelingsmechaniek op de tender. Lengte over buffers 148 mm.
Achtergrond: Constructieprincipe van ing. Franco en prof. Crosti. Een Franco-Crosti-ketel is in feite een gebruikelijke locomotiefketel met een daarachter geschakelde tweede ketel. Deze verwarmt het voedingswater met behulp van de langsstromende rookgassen. De tweede ketel wordt daarom rookgasvoorverwarmer genoemd. De Italiaanse constructeurs Franco en Crosti bouwden al in de jaren 1930 de eerste proefmachines met deze techniek. Dankzij het hogere rendement werd een kolenbesparing van ongeveer 20% gerealiseerd. Op basis hiervan nam de Deutsche Bundesbahn het idee aan het begin van de jaren vijftig weer op en liet men bij Henschel twee locomotieven bouwen. Hoewel ze uit delen van de serie 52 ontstonden, werden de twee 'Franco-Crosti'-locomotieven als 429000 en 429001 ingedeeld. Bij deze machines ligt de rookgasvoorverwarmer onder de cilindrische stoomketel. Aan beide zijden van de ketel staken de vlakke schoorstenen omhoog, wat voor een markant verschijningsbeeld zorgde. De normale schoorsteen diende tijdens het bedrijf niet meer voor het uitstoten van de rookgassen; hiervoor was hij alleen nog maar tijdens het opstoken nodig. Ondanks het hogere rendement waren de exploitatiekosten relatief hoog omdat de voorverwarmingsketels zeer corrosiegevoelig waren. De twee machines werden in 1959 en 1960 buiten dienst gesteld.